Teksten

 


2005 Geometrische vormen als basis in Clinge. 

Een van de kunstenaars uit de vaste collectie is Cor Knops. Tekenaar, schilder en fotograaf Knops is aanwezig met acrylschilderijen en kleine werken op doek, of doek op hout, gevat in houten kaders, veelal in series.

Het steeds weer terugkeren van vormen als driehoeken, vierkanten en rechthoeken, soms in de vorm van smalle balkjes kenmerken zijn werk.

“Ik word enorm geboeid door architectuur en industriële vormgeving”, verklaart Knops. “In tegenstelling tot de meeste mensen, word ik blij bij het zien van industrieterreinen en bouwputten, de daar voorkomende vormen.

Deze vormen pas ik toe in mijn werk. Het is een gebied dat ik al lang geleden onbewust heb betreden.”

De basis daarvan werd eigenlijk al op de Academie voor Industriële Vormgeving, afd. vrije vormgeving, in Eindhoven en de Jan van Eijkacademie in Maastricht gevormd.

“Ik ben begonnen vanuit het thema ‘beweging’, dat zich daarna evolueerde naar het thema ‘richting’.

Dit valt dan weer te associëren met een pijl, die weer door mij wordt verdeeld  in balk en driehoek. Zoals je kunt zien in mijn werk, diep ik dit gegeven dan ook steeds verder uit.

Mijn waarnemingen worden daardoor steeds verder vereenvoudigd”.

Deze werkwijze vindt men duidelijk terug in zijn geëxposeerde acrylschilderijen, met vormen van daken en balken, neergezet in een summiere kleurstelling van geel, rood en zwart, maar ook in de vier kleinere werken,

Die zijn opgebouwd uit zes vierkanten van diverse grootte en een zestal rechthoekvormen, met als bijzondere eigenschap diverse ophangingen.

Het zouden landschapjes kunnen voorstellen, maar ze bieden niettemin de mogelijkheid tot een eigen uitleg. 

Anita Tournois, 7 Juni 2005. (PZC)


 

2002 Muziek in abstractie.

Abstract-geometrische schilderijen hebben vaak een koele uitstraling. De lijnen lijken langs een liniaal getrokken, over afmetingen van vierkanten, driehoeken en cirkels is lang nagedacht en dikwijls (denk aan Mondriaan) is de kleurvariatie tot een minimum teruggebracht.

Zo niet bij Cor Knops, die op het ogenblik exposeert in galerie Esprit in Clinge. Zijn verfgebruik is expressief en al zijn geometrische figuren staan uit het lood.

Als mensen met een abstract schilderij worden geconfronteerd, gaan ze meestal op zoek naar herkenningspunten. Een beschouwer wil houvast. Bij sommige schilders is de abstractie compleet, bij Knops niet.

Een aanwijzing daarvoor zijn de architectonische constructies, waarvan in Clinge enkele zijn tentoongesteld.

Het zijn stapelingen van blokken en rechthoeken die door het (hier wel primaire) kleurgebruik invloed van

De Stijl verraden. Maar stuk voor stuk zijn ze ook de weerslag van een impressie. Knops lijkt de bebouwing van metropolen in een ritmische sculptuur te hebben willen vangen. Dat is ook het geval bij een van de grootste – titelloze – schilderijen in de galerie, waarop tegen een zwarte achtergrond een patroon van gestapelde felgele rechthoeken is te zien. De eerste associatie is onmiddellijk die van de verlichte ramen van een flatgebouw bij nacht. Als dat al Knops inspiratiebron is geweest, dan heeft hij niet de moeite genomen het beeld precies uit te werken. Een reeks ramen onder elkaar, dat is toch vrij eenvoudig. Even de liniaal erlangs, elk raam even groot en ertussen steeds dezelfde afstand. Inkleuren en klaar is Kees.

Daar is Knops dus niet op uit.

Hij gaat met dat gegeven veel vrijer om. Geen van de rechthoeken is hetzelfde, niet in kleur en niet in afmetingen. Gevolg is dat het ritme van zijn reeksen grillig is. Het is geen machinale herhaling van een patroon, maar een levend ritme. Knops heeft er muziek in gebracht. Dat wordt nog versterkt door zijn manier van schilderen. Bij hem geen nette, bijna onpersoonlijke inkleuring van vlakken, maar expressieve verfstreken.

De beschouwer kan zien in welke richting de schilder de verf heeft opgebracht, of hij het in lagen heeft gedaan (wat meestal het geval is) en hoe sommige delen bewust slecht gedekt zijn.

Zo weet Knops steeds een persoonlijke invulling te geven aan structuren die van origine voorspelbaar en inwisselbaar zijn.

Kleine panelen met drie horizontale of drie verticale lijnen worden warme en diepe schilderijen door een overdadig verfgebruik en mooie kleurcontrasten…… Werkt de Limburgse schilder met sporen van het menselijk leven.  

Ernst Jan Roozendaal, Prov. Zeeuwse Courant d.d.: 04-04-2002.


 

2002 Galerie Esprit.

Cor Knops geeft in een geometrisch abstract spel met kleuren en vlakken de ruimte vorm.

De meest kenmerkende kwaliteiten van deze kunstenaar zijn de schilderachtige textuur (die het resultaat is van meerdere deels transparante en in levendige toetsen opgebrachte verflagen) en de speelsheid waarmee de meetkundige basisvormen door hem van hun strenge geometrie bevrijd worden.

Zijn voornaamste drijfveer om te schilderen is zijn fascinatie voor de interactie tussen vorm, kleur en ruimte. Zijn ogen zoeken in de ons omringende werkelijkheid naar ritmes, patronen, structuren of stapelingen. Naar de sporen die de mens achterlaat in landschap of stadsbeeld. De door hem geschilderde vormen zijn afgeleid van onderwerpen van zeer uiteenlopende aard zoals: gevelwanden, bouwputten, trappen, spoorwegemplacementen, begraafplaatsen, putdeksels, hekwerken, roosters, stapels pallets etc.

Juist datgene wat voor ons zo gewoon is, dat wij er dagelijks aan voorbijgaan, neemt hij tot vertrekpunt van zijn werk. De beschouwer ervaart soms een schok van herkenning, wordt zich bewust van hetgeen hij onbewust toch waargenomen heeft. Van de dingen die zich pas een plaats verwerven aan de oppervlakte wanneer ze door de schilder, op een sterk vereenvoudigde wijze, getoond worden op doek of papier; ontdaan van al het andere wat hun in de realiteit omringde, hun schoonheid blootgelegd.

In zijn werken gaan ruimte en compositie, vlakken en texturen, kleuren en vormen gesprekken aan.

Cor Knops mengt zich net zolang in dat gesprek totdat het werk zichzelf uit en de zeggingskracht krijgt die hij beoogt; tot het beeld beantwoordt aan het beeld wat in zijn hoofd zit en het datgene prijsgeeft wat hij zelf waargenomen en ervaren heeft.

Liet Smulders, Clinge 2002.


 

2001 Inhoudelijke beschrijving van de werkzaamheden: tekenen en schilderen.

 …………….een beeld onttrokken aan de alledaagse werkelijkheid………………………………………….

Bij mijn publicatie: COR KNOPS nieuwe tekeningen - deel1, ISBN nr. 90-802285-3-2 van eind 1999 schreef ik over mijn werk:…..ik teken en schilder het “cultuurlandschap”, m.a.w. datgene wat de mens met het landschap heeft gedaan, dan wel zou kunnen doen, ofwel het ingerichte en mogelijk in te richten landschap. Ik houd me bezig met een fictieve planologische benadering van de te bouwen of gebouwde omgeving.

 Moet of kan ik hieraan iets toevoegen?

………….aangrijpende ingrepen of ingrepen die aangrijpen

Wat mij als scheppend kunstenaar wel aangrijpt, zijn de ingrepen in het “cultuurlandschap”, een ingreep waar ik als scheppend kunstenaar, een gegeven, een aanleiding heb om binnen een tekening of schilderij een deling, contrast, dan wel een compositie van een vierkant of rechthoek te bewerkstelligen.

Abstracties als gevolg van een waarneming.

Het werk is nog steeds min of meer serieel. Was bij sommige series het laatste werk in enkele gevallen de som van het voorafgaande, bij de latere series en werken is dit steeds verder naar de achtergrond verdrongen.

Meer en meer zijn het op zichzelf staande autonome werken.

De sterk vereenvoudigde vormen blijven afgeleid van foto’s met onderwerpen van uiteenlopende aard zoals: gevelwanden,  bouwputten, trappen, spoorweg emplacementen, begraafplaatsen, putdeksels, hekwerken, roosters, technische symbolen etc. tot stapels van pallets.

Hieraan zijn laatstelijk toegevoegd schilderijen met als titel: “Schilderkunstige Architectonische Composities”.           

Cor Knops, Gemonde 2001.


 

1999 Cor Knops  -  schilder - tekenaar.

Over het werk: Ik teken en schilder het “ cultuurlandschap “, met andere woorden datgene wat de mens met het landschap heeft gedaan dan wel zou kunnen doen, ofwel het ingerichte en het mogelijk in te richten landschap. Ik hou mij bezig met een fictieve planologische benadering van de te bouwen omgeving.

Het werk bestaat meestal uit series. Het is echter geen serieël werk, dat wil zeggen, dat het een niet zonder het ander kan. Nee, alle werken zijn op zichzelf staande autonome werken, ze zijn slechts na elkaar gemaakt.

De schilderijen en tekeningen zijn klein van formaat. Een veelvoud daarvan vormen veelluiken of series van 3, 4, 6, of  9 stuks. De sterk vereenvoudigde vormen zijn afgeleid van foto’s met onderwerpen van uiteenlopende aard zoals: bouwputten, trappen, spoorwegemplacementen, crematoria/begraafplaatsen, putdeksels, etc. tot stapels van pallets. De versimpeling van de onderwerpen in de schilderijen en tekeningen noopt de toeschouwer zijn aandacht te verleggen naar de wijze waarop de werken zijn samengesteld: de compositie op en van de werken, de structuur, de gelaagdheid en de kleur van de verf. Uiteindelijk is het dus het medium zelf dat centraal staat in plaats van de werkelijkheid van waaruit het schilderij is ontstaan. 

Persbericht, Gemonde 1999.


 

1995 De Gelderlander, 01-06-1995.

…..Bastiaans gaat evengoed onverdroten voort. Voor de derde maal heeft hij nu werk van de Brabander Cor Knops in huis. De eerste twee maal bleef het succes beperkt tot woorden van waardering. Maar de Boxmeerse galeriehouder bleef ongeloofwaardig in dit schildertalent geloven. Alle moeite en geloof lijkt ditmaal beloond te gaan worden.

En terecht. Cor Knops is een schilder van het stille gebaar. Zijn paneeltjes zijn ook bescheiden van omvang. Daar staat tegenover dat een werk doorgaans uit twee tot vier of éénmaal zelfs uit negen paneeltjes

(schilderijtjes) bestaat. Die bescheiden doekjes worden als akkers bewerkt. De schilder verdeelt ze eerst in ordentelijke vlakken. Elk vlak wordt vervolgens in diverse tinten redelijk pasteus bestreken. Dan volgt de ingreep die het werk zijn bijzondere karakteristiek verleent.

Knops trekt fijnmazige voren in de onderlaag. De richting waarin deze voren getrokken worden varieert hij: doorgaans horizontaal en verticaal. Een enkel vlak blijft onbewerkt, waardoor de ritmiek verlevendigd wordt.

De finishing touche geldt het met opvallende tinten aanstrijken van de uit de onderlaag omhooggehaalde verf.

Het klinkt allemaal heerlijk eenvoudig. Maar alle eenvoud baart intussen een maximale intensiviteit.

En die bereik je niet zo even een-twee-drie. 

Koos Tuitjer, Boxmeer 1995.


 

1994 Cor Knops.

Bijna in de vrije natuur, weg van het grote-stads-gedruis, achter een aan de straatzijde blinde muur, verstoken van de Umwelt, werkt Cor Knops, gedreven, enthousiast, nauwgezet, en consequent aan zijn oeuvre, het tegendeel van romantiek. Want zo mogen wij zijn bezigheden stilaan wel naam geven, “oeuvre’.

Veel, heel veel werk, keurig gelijst en of in passe-partout, in kastjes, kistjes, doosjes, vitrines, zinken boeken, mappen……, ladekasten vol.

Dit boekje wil een weerslag zijn van een deel van die werkzaamheden in 1994, tekeningen, zwart/wit, zonder opsmuk. Cor Knops werkt bij voorkeur in series, zo ook hier. Het is geen serieel werk, d.w.z. dat het een niet zonder het ander kan, nee, alle tekeningen zijn op zichzelf staande autonome werken, ze zijn slechts na elkaar gemaakt.

De tekeningen laten capsule-achtige vormen zien, voorwerpen op zoek naar hun plaats in de ruimte, of schijnbaar zomaar dwarrelend in het heelal. Ze zijn sterk in de kompositie, en mede door de verschillende groottes van de vormen brengt dit een kosmisch ruimtelijk effect teweeg.

Hoewel het werk streng in de leer lijkt, blijkt bij nadere beschouwing dat nogal mee te vallen.

Ja, de pentekeningen zijn inderdaad voorgetekend met potlood; Cor wil vooraf toch wel weten waar hij ergens uitkomt, maar daarna, uit de losse hand, welhaast zwierig, in één keer neergezet met pen en inkt.

Ook het wassen van de vormen, of incidenteel de ruimte daar omheen, gebeurt met een souplesse en vrijheid, die men in eerste aanleg niet bij deze vormgeving zou verwachten, maar die het starre van de congruente vormen mede doorbreekt. Een enkele keer waagt Cor Knops zich aan een frivoliteit, tenslotte houdt hij van humor, en voorziet de tekening van een enkele gebogen lijn, als verbindend element tussen de verschillende voorwerpen.

Voor Cor Knops is deze werkwijze echt werk, het kost hem moeite, maar hij dwingt zich ertoe om de tekeningen ook echt tekeningen te laten zijn, niet vooraf louter bedacht en bemeten, maar die het impulsieve en min of meer spontane hebben behouden.

Galerie Bastiaans, Boxmeer 1994. 


 

1992

In de abstracte schilderkunst van Knops speelt het ontstaan van ruimte door het gebruik van eenvoudige vormen een belangrijke rol. Knops heeft een analytische aanpak en benadrukt de onderdelen….. 

Jeannine Hövelings, Roermond 1992.


 

1992 Grensvervaging kunst en Design. 

…………..Het meest interessant zijn een aantal schilderijtjes van Knops.

Zijn abstracte werken zijn beslist niet de ontdekking van de eeuw, maar in de series vijftien, achttien en negentien weet hij binnen de door hem gestelde uitgangspunten een grote mate van uitgesprokenheid te bereiken.

Met name de serie negentien is door de compositie en rijke kleur contrasten visueel aantrekkelijk. 

Désirée Meulenbroek, Tilburg 1992.


 

1992 De Ruimte.  

Een van de voornaamste doelstellingen van Parbleu is het bieden van een podium voor zeer uiteenlopende disciplines.

In dit, op het eerste gezicht, ongrijpbare tentoonstellingsbeleid, is in de loop der tijd de relatie met de ruimte een van de doorgaande lijnen geworden.

Dat kan de relatie met de specifieke tentoonstellingsruimte zijn en de vorm aannemen van een installatie.

In andere gevallen is het werk op zich in staat een wisselwerking aan te gaan met de tentoonstellingsruimte.

In weer andere gevallen is het onderwerp van het werk ruimte in een bredere betekenis van het woord.

En natuurlijk zijn er binnen deze categorie ook wisselwerkingen mogelijk.

De schilderijen van de Nederlandse kunstenaar Cor Knops (Hunsel-1949) hebben enerzijds de ruimte tot onderwerp en zijn anderzijds in staat de confrontatie met de tentoonstellingsruimte aan te gaan.

In een geometrisch abstract spel met kleuren en vlakken wordt de ruimte vormgegeven.

In de reeksen die Knops in Parbleu toont worden rond een basisvorm alle mogelijke varianten zo nauwkeurig mogelijk uitgepuurd. De fascinatie voor deze interactie tussen vorm, kleur en ruimte is Knops’ voornaamste drijfveer om te schilderen.  

Edith Doove, Antwerpen, B. 1992.


 

1991 Cor Knops, schilderijen en tekeningen. 

Cor is een rationeel denkend kunstenaar, ik zou bijna zeggen een late nazaat van de Stijl en Bauhaus, die kennelijk geschapen is om zo nauwkeurig mogelijk te werken, te bedenken en de wetten der logica te volgen.

Gelukkig schildert, trekt of snijdt hij meer en meer een lijn scheef, hier en daar nog bewust, maar soms ook met een kennelijke nonchalance, hoewel hem dat enige moeite kost, immers de kadering of het lijstje verraadt dan weer zijn hang naar precisie en ordening.

Af en toe komt het kinderlijke in hem naar boven en is hij bezig te spelen met de materialen, met de blokjes en vertonen de werken een zekere vrijheid, een zekere losheid, onbewust misschien geleid.

Fraai vind ik het werk  daar waar de uiterlijke verschijningsvorm van het materiaal zelf zijn werk doet, als bijvoorbeeld in het zink.

Plaatjes zink die van zichzelf als een soort landschapjes zijn, aangetast onder invloed van weer en wind, die ruimte en diepte uitstralen.

Het contrast met de gemaakte blokjes is daar ook het grootst.

De geometrische abstractie wordt ontkracht door natuurlijke processen, door wat mensenhanden niet kunnen maken en in casu Cor Knops niet kan bedenken. 

Galerie Bastiaans, Boxmeer 1991.


 

1991 Gesprekken in verf en grafiet.

Het gerucht gaat dat centra voor kunstuitleen de aangesloten kunstenaars vriendelijk doch dringend verzoeken om toch herkenbaar realistisch werk te leveren. Zodoende mobiliseert menig kunstenaar al het postmoderne marktgevoel in zijn wezen en kiest een herkenbare werkelijkheid tot zijn uitgangspunt, bijvoorbeeld een verweerd zinkplaatje. Maar al gauw “verliest” hij zich in de fascinatie voor compositie en vlakverdeling, kleuren en grijzen, zwarten en witten.

Die fascinatie is geen twintigste-eeuwse aberratie; zij is de drijfveer van alle beeldende kunst. Al het andere is slechts uiting of vermomming van die ene fundamentele drijfveer: de bezieling door het medium; door materiaal en middelen.

De schilder wordt gefascineerd door kleur, de afwezigheid van kleur, vlakverdeling en textuur. Zijn ogen strelen als een minnend handenpaar de ons omringende werkelijkheid, op zoek naar bekoring.

Waar wij – gevangen in concepten, confectie-realiteiten en –denkbeelden van de informatiemaatschappij – dagelijks blind langs heengaan, juist dat neemt de kunstenaar als vluchtpunt voor zijn werk.

Soms bezorgt dat de beschouwer een schok van herkenning: deze herkenning van het genegeerde, het naar de periferie gedrongene, het ongemakkelijke, on passende.

Maar voor de schilder zijn alle werken uiteindelijk grote en kleine eerbetuigingen aan het medium. Hij is telkens weer gefascineerd door het gesprek dat kleuren en tinten, vlakken en texturen in zijn werk aangaan.

De schilder mengt zich zolang in dat gesprek totdat het werk zichzelf uit; zeggingskracht krijgt.

De beschouwer kan die zeggingskracht duiden. Hij kan de gesprekken bijvoorbeeld lezen als evenzovele symbolen voor de dialectiek van het menselijk bestaan dat pas in polariteiten betekenis krijgt. Maar uiteindelijk treft geen enkel woord die zeggingskracht in haar kern.

Of het moet dat ene gemangelde woord zijn: schoonheid. 

Jos van Asperen, ’s-Hertogenbosch 1991.


 

1990 De passie van het schilderen. 

Realisme – “kunnen zien wat het voorstelt” -  is voor veel mensen nog altijd het belangrijkste criterium voor de beeldende kunst. In de eeuw van de fotografie, film, video en zelfs holografie is dat primaat een weergave van de waarneembare werkelijkheid in de kunst op zijn minst achterhaald.

De schilderkunst heeft zich sinds het begin van deze eeuw steeds radicaler in een richting ontwikkeld, waarvan de voortekenen in werken van Rembrandt, Rubens, van Eijck en vele anderen al onmiskenbaar aanwezig zijn. Het is de passie van het schilderen zelf die in het centrum van de kunstwerken komt te staan.

“Abstractie ”is daarvoor een gebrekkige omschrijving, omdat ze in de Latijnse oorsprong het wegtrekkende benadrukt, terwijl het juist een beweging naar de kern toe betreft.

De passie van het schilderen is niet het exclusieve territorium van de kunstenaar. Ook de beschouwer beleeft die passie in de bevrediging van een behoefte, waarvan men zich pas door de kunstzinnige ervaring bewust lijkt te worden. Met andere woorden: ”schilderijen zijn geen achteloos weggeworpen hulzen van andermans lustbeleving, maar beelden van die lust zelf”. Evenals het schilderen, heeft ook het kijken naar kunst een erotische lading. Kijken naar kunst is voyeurisme zonder dat morele (voor)oordelen daar vat op hebben.

Cor Knops’ schilderijen maken dit aanschouwelijk. Met schilderkunstige middelen als kleur, vlak, lijn en textuur schept hij ruimten. Tot voor kort waren geometrische vormen – met name driehoeken – nog essentieel voor deze ruimten.

In een recente serie laat Knops ook dit “houvast” los en arrangeert toevallige mica –vormen in een vlak.

De vormen en het vlak zijn in contrasterende kleuren beschilderd, waarbij de contouren van de vormen zijn aangezet. Opvallend is daarbij de schilderachtige textuur, één van Knops’ kenmerkende kwaliteiten. De schilderkunstige ruimte ontstaat in wezen al in deze textuur, die het resultaat is van meerdere, deels transparante en in levendige toetsen opgebrachte verflagen. Het zijn dus geen perspectivisch geconstrueerde, maar zuiver schilderkunstige ruimten, waarin de beschouwer – als het ware in (twist)gesprek met de schilder – een kunstzinnige ervaring heeft.

Cor Knops’ schilderijen tonen ons zijn ervaringen en vragen naar de onze.

Jos van Asperen, ’s - Hertogenbosch 1990.


  

1989 3x1=1, acryl op papier.

Met een zekere regelmaat exposeert hij in Eindhoven. Eind 1986 waren in de Krabbedans gouaches en

zwart – wit foto’s van hem te zien; onderdeel van de tentoonstelling van de kunstenaarsgroep ‘HOOFDSTUK 4’.

In december zal Knops tegelijkertijd op drie plaatsen in de stad exposeren: behalve in de Krabbedans ook in galerie Op ’t Hemelrijken en in Peninsula.

Tegen de wanden van het atelier van Cor Knops staan grote schilderijen (acryl op papier) waarop toevallige, enigszins glimmende vormen op de monochrome achtergrond geplakt zijn. Ze zijn volgens een ordening gerangschikt, sommige vormen een ellips. Het blijken stukken mica te zijn, die Knops aan de achterkant beschilderd heeft, op de vorm heeft hij geen invloed uitgeoefend. Een duidelijke omkadering benadrukt het glanzende mica.

Cor Knops werkt op allerlei formaten: van heel kleine tekeningetjes in inkt en aquarel tot grote schilderijen in acryl op papier of doek. Hij past eenvoudige vormen toe. De driehoek is meestal zijn uitgangspunt. Hij heeft stapels boekjes vol studies van driehoeken; bijvoorbeeld ‘open’ alleen met lijnen aangegeven, of juist ‘dicht’ ingevuld met een kleur. Er is ook een speelse serie vol ‘geschreven’ driehoeken in Oost-Indische inkt.

Twee of meer driehoeken kunnen weer een parallellogram vormen. Het komt ook wel eens voor dat de vormen getand zijn en in elkaar grijpen. Naast vorm speelt kleur een belangrijke rol, een kleur ontstaat naar aanleiding van de eerste vorm die is neergezet. De kleuren vormen vaak een contrast. De begrenzing van de grote vormen, die een zekere monumentaliteit niet ontzegd kan worden, wordt geaccentueerd in duidelijke lijnen vol kleurschakering.

Een ander aspect van het werk is de ruimtelijkheid, die voortkomt uit de wisselwerking van de verschillende vormen en kleuren. In zijn atelier ligt een serie gouaches die een suggestie van een toneel met coulissen en een openstaande deur geven. Dit is een regelmatig terugkerend thema in het werk van Knops.

Dr. Serenus Sauerteig uit Freiburg schreef hem onlangs onder meer:

“Lieber Herr Knops (…..) vor ein paar Jahren sahe ich zufällig (…..) eine Ausstellung von Ihrer Bilder (…..) Ich mag Ihre Bilder weil sie sehr ehrlig sind. Also keine Flucht aus malerischen Technik oder deprimierenden Wirklichkeit, sondern anregende Blicke auf unsere Wirklichkeit, mit Witz und Tiefsinn – auch wenn Sie es vielleicht nicht so heiszen wollen. Es grüszt Sie herzlich.

Margreet Eijkelenboom-Vermeer, Eindhoven 1989.


 

1989 3x1=1, een afgerond geheel.

Honderdzevenentwintig werken, drie locaties een tentoonstelling.

In galerie Hemelrijken 77 zijn de grootste werken te zien: monumentale schilderijen waarvan de voorstellingen een coulisse-achtig karakter hebben.

Hierin worden met abstracte vormen ruimtes gesuggereerd, de ruimtes zijn echter niet echt te beleven.

Ondanks de indruk van een driedimensionaal iets, blijft het vlak, tweedimensionaal. Bij de toeschouwer wordt de indruk gewekt in de ruimte te kunnen, maar verder dan het front komt hij niet…. Wat zich erachter zou bevinden, laat Knops open. Hij is ook niet zo geïnteresseerd in waar je uit zou komen. Het is vooral een vorm-onderzoek, geen ontdekkingsreis.

Bij Peninsula is het kleurgebruik van Knops uitbundig. Dit is duidelijk te zien in het mica-project. Stukken mica, een delfstof, worden in ruwe vorm, in zo groot mogelijke plaatjes gebruikt. Het van oorsprong transparante materiaal wordt beschilderd in een reeks van kleuren, bijvoorbeeld van geel overlopend naar blauw. De gekleurde stukjes mica worden tussen twee lagen die als achtergrond fungeren, geklemd. Deze achtergrond krijgt een kleur die de werking van de reeks mica fragmenten versterkt. Met de achtergrond wordt ook de lijst meegenomen. Hierdoor worden stukken mica, drager en lijst onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Het totale kunstwerk dat zo is ontstaan is vooral een studie naar het effect van kleuren.

In de Krabbedans is een derde groep met zeer recent werk te zien.

Deze wordt gevormd door kleine olieverf- en acrylschilderijen.

Ook in deze abstract-geometrische werken speelt de kleur een belangrijke rol, daarnaast zijn elementen uit zijn vroegere vormonderzoek naar de mogelijkheden van driehoeken gebruikt. Hoewel het hier om drie onderdelen gaat is de rede om het werk over drie ruimtes te verdelen vooral een van organisatorische aard geweest. Er is wel degelijk een samenhang, immers al het nu tentoongestelde werk is het resultaat van een bepaalde werkperiode. Binnen zo’n periode neemt Knops een thema dat hij uitdiept. De keuze van dat thema is puur persoonlijk, het komt voort uit zijn stemming, belangstelling van dat moment.

In dit geval een onderzoek naar vorm en kleur, elementaire begrippen voor de schilderkunst.

Marianne Vaessen, Eindhoven 1989.


 

1988 Wetenschap en nuances. 

Kunst kan een beeld geven van iets anders: verwijzen naar ervaringen of waarnemingen.

Het schilderij of beeld wordt pas kunst als de vorm waarin ze gegoten zijn visuele spanning heeft.

Dat idee leidde vanaf de eeuwwisseling tot experimenten met het manipuleren van vorm en kleur als zelfstandige elementen.

Het besef groeide dat kunst net zo’n wezenlijk onderdeel is van de werkelijkheid als natuur, mensen of wetenschap. Als zelfstandig verschijnsel is kunst niet verplicht betrokken te zijn op iets anders dan zichzelf: de interne realiteit van het schilderij staat dan centraal. Dat is het geval van het werk van Cor Knops.

Zij schilderijen van heel klein tot zeer groot – apart of in series – zijn een krachtig bewijs van het bestaansrecht, dat deze vorm van kunst heeft. Knops is een geoefend waarnemer en een geïnspireerd schilder. Hij heeft, zegt hij “de beelden al in zijn hoofd”, maar het schilderen zelf maakt ze pas tot werkelijkheid. De schilderijen van Knops lijken simpel van opzet, maar wie de tijd neemt om te kijken, loopt grote kans doordrongen te worden van het raffinement dat de schilder in zijn composities legt.

De eenvoudige vormen: driehoeken, rechthoeken – aan een kant getand – parallellogrammen en balken, staan in een subtiele verhouding tot elkaar. Uit een zwarte achtergrond vol nuances kan een blauwe rechthoek tevoorschijn komen met daarvóór twee smalle exemplaren die scherpe inkepingen vertonen.

Ze passen niet in, maar wel bij elkaar; de ene is grijs met een zweem van gele oker, de andere – gele oker – met sporen van blauw. Beide vormen lichten op, zijn levendig geschilderd. Enkele witte spetters doorbreken de stilte rond de rechtse okervorm. Het evenwicht tussen de strakke vormen en de spontane uitvoering is volledig.

Knops mag dan weten hoe zijn werk eruit gaat zien, één van de interessante kanten ervan is juist dat je het ontstaan kunt “teruglezen”. Doe je dat, dan blijken de verschillende verflagen en vormen toch niet vanzelf op het doek te zijn terecht gekomen, maar een uitkomst van wikken, wegen en wijzigen. In sommige werken creëert Knops spanning door ruimte te suggereren en die illusie vervolgens weer te doorbreken.

In eigenwijze acht-luikjes plaatst hij steeds weer één vorm in grijs, wit en zwart of rood en geel.

Altijd ontdek je weer nieuwe relaties tussen de vormen. 

Nico Out, Middelburg 1988.


 

1988 Grafiek van Cor Knops.

 De werken die Knops op deze tentoonstelling laat zien zijn hoogdrukken.

Deze hoogdrukken zijn ontstaan in het atelier in Gemonde in 1988.

Alle werken zijn unica. Deze éénmalige hoogdrukken zijn handgedrukte linodrukken.

In deze werken is een compromis gevonden tussen vorm en contravorm. Knops heeft deze werken door kleur en vorm/contravorm gestalte gegeven. In allerlei hoedanigheden manifesteert zich de vorm en contravorm met de kleur.

Alhoewel Knops zijn concepten schijnbaar rationeel uitwerkt, vertonen deze hoogdrukken een geheel eigen beeld. Hij begint meestal met schetsen en tijdens het drukken volgt dan een proces van rigoureuze vereenvoudiging.

Boxtel, 1988.


 

1986 Dialogen Cor Knops.

De driehoek, symbool van tijdloze geometrie, beheerst de meeste tekeningen en schilderijen van Cor Knops.

De abstracte, zelfstandige vorm heeft, samen met de cirkel en het vierkant, al heel wat kunstenaars door de eeuwen heen beziggehouden. Voor Goethe waren ze de belichaming van het ideale. Cezanne schilderde zijn stillevens op basis van de kegel, de bol en de cilinder; voor hem het wezen van alle vormen in de natuur.

Mondriaan streefde met zijn abstracte composities de zuivere realiteit na.

Toch is Knops werk verre van rationeel. Ofschoon de driehoek lange tijd een vast gegeven is geweest, is de vorm in geen enkel werk hetzelfde. Alleen al door hem te kantelen of steeds van wisselende houdingen uit te gaan, verleent hij de vorm een sterk subjectieve betekenis. Dat balanceren op de grens van het koele, verstandelijke en het warme emotionele, geldt evenzeer voor zijn kleurgebruik.

Afgezien van een fel oranje doekje en een kleine reeks recente schilderijen, zijn de werken die het beeld in galerie Zero beheersen in de niet-kleuren wit, grijs en zwart geschilderd. Maar juist dat zakelijke, neutrale coloriet heeft een omgekeerde werking tot gevolg. De tonen vormen alle aandacht op Knops’ handschrift; het meest wezenlijke aspect van zijn werk. Enkele jaren geleden schreef de schilder zelf: ”Het feitelijke schilder proces is voor mij het voornaamste middel tot expressie; om met het materiaal, het platte vlak en door de handeling een dialoog aan te gaan”. Die uitspraak geldt nog steeds, nu misschien zelfs meer dan ooit. De kleur heeft het afgelopen jaar opnieuw haar entree gemaakt. De vormentaal is complexer geworden. De zojuist genoemde compositie van 20 kleine werken, die allen dit jaar tot stand kwamen, toont die nieuwe bezinning, waarbij de driehoek zich heeft opgelost in een minder strenge geometrie en bleke tinten hier en daar doorschemeren in een handschrift van zelfstandige lijnen.

 Yvonne Brentjes, Tilburg 1986.


   

1986 Hoofdstuk 4, Cor Knops de bruuske driehoek.  

…Hoewel Cor Knops hier op deze tentoonstelling met een grote hoeveelheid werk aanwezig is, bestaat zijn werk slechts uit twee titels: Religiosa et Profana en Z.T.

De eerste is de titel van een geschilderd drieluik, speciaal voor deze tentoonstelling vervaardigd en de tweede een aanduiding voor het begrip zonder titel. Er is in dat geval wel sprake van een schilderij met titel, alleen heeft het er eigenlijk geen, want het is zonder titel. Merkwaardigerwijs zijn wel alle schilderijen anders, met dien verstande dat er iets van hetzelfde in wederkeert.

Deze wederkerigheid kan worden aangeduid met het begrip driehoek; een ogenschijnlijk vrij begrensd en abstract begrip. Ik voel mij hier genoodzaakt het woord ogenschijnlijk te gebruiken, omdat met name het woord abstract in de schilderkunst een te pas en te onpas gebruikt begrip is.

Abstraheren maakt dingen rustiger voor het oog en kan iets wat complex is versimpelen. Een appel kan ieder van ons zich voor de geest halen, toch zijn er geen twee appels gelijk aan elkaar en is een geabstraheerde vorm van een appel, een kubus met een steeltje nooit een appel.

Het is en blijft een kubus met een steeltje. Een abstracte appel is wat hij is: een versimpelde vorm.

Het werk van Cor is precies het tegenovergestelde van de versimpeling van het begrip driehoek. Bij Cor is het begrip driehoek een instrument geworden, een venster om door te kijken. Zijn werk kijkt door het begrip driehoek naar dat wat leeft, het bewegende.

Dat wat ik nu hier heb aangeduid met het bewegende werd mij duidelijk, toen ik hier afgelopen donderdag een tijd rondliep en niet langs het werk van Cor kon lopen zonder het gevoel te krijgen, dat ik even een papieren vliegtuig was dat vanuit een kersenboom naar omlaag dwarrelt……

Ad van Iersel, Weert 1986.


 

1984 Kracht en vitaliteit. 

Knops, een echt werkend fundamenteel kunstenaar.Het beleven van het uitdagende witte vlak is voor hem duidelijk een heel essentiële ervaring. Hij dwingt de sturende kracht van de hand met het penseel tot verkenningen die uitmonden in abstracte, enigszins geometrische figuren.Het resultaat heeft kracht en vitaliteit. Knops is op zijn best als hij zich beperkt tot de uiterwaarden van het kleuren-uitspansel: wit en zwart en hun grijze afleidingen. Knops zoekt steeds naar het evenwicht tussen compositie en het schilderkunstige proces. Knops is een kunstenaar die het groot ziet en monumentaal. Zijn zwart-witten winnen het verre boven zijn zwakkere schilderijen in kleuren, zoals de cyclus Harmageddon.De expressie is geforceerd, de vormgebondenheid te impulsief, het roestrood is niet dwingend genoeg tegenover het blauw en het zwart.Maar ook deze doeken zijn materieel wel echt “schilderkunstig”, zoals al de schilderijen.

Ferd op de Coul, Eindhoven 1984.


 

1984 Cor Knops heft hand op tegen recensent.

Eindelijk een kunstenaar die de kunstzinnige hand opheft tegen de recensent.

Cor Knops, exposant in Hemelrijken 77, laat een in grijzen uitgevoerde beeltenis van een recensent vergezeld gaan van een gedicht van Goethe, dat de beroepsmatige beoordelaar van kunst weinig goeds toewenst.

Voor Knops blijkt dit werk de neerslag te zijn van een negatieve ervaring. Met gedichten werkt hij wel meer.

Liever dan met een eigen tekst over zijn kunst te spreken, leent hij de woorden van de Duitse dichter Theodor Fontane. Heel vrij vertaald en verkort komt het er op neer dat Fontane zegt: “Tracht niet het waarom te achterhalen. Het antwoord is toch als het ruisen van de zee. Het donker, het raadsel en de vraag blijven”.

Knops werk behoeft eigenlijk ook geen uitleg. Het ziet er zeer gedecideerd uit, lijkt gemaakt door iemand die zich bezint eer hij begint en dan vlug en krachtig toeslaat.

Het tentoongestelde werk is voor het merendeel zwart/wit.

Op twee abstracte penseeltekeningen ( ook in het klein te zien ) springen golvende lijnen rond waartussen de rest-vormen soms zwart zijn ingevuld.

Verwijdering, is de titel van vier verschillende werken waarop losse of losgeraakte vormelementen drijven.

De contouren zijn uit de donker beschilderde achtergrond gesneden en de bovenlaag is van het dikke papier verwijderd ( ! ) , zodat een mooi donzig, beschadigd oppervlak ontstond. Het zachte ingekerfde wit, de enigszins onbehouwen vormen en de nuances in het donker erachter vormen samen een stevige compositie.

Spanning heeft het schilderij met het aan een kant aangevreten grijze vlak waarover een witte lijn een soort brug beschrijft.

Harmageddon, is de titel van drie ook weer zeer gedecideerd bewerkte schilderijen, die in blauw bruin en zwart onheilspellende figuren tonen.

Anna van der Burgt, Eindhoven 1984.


 

1984 100 x Cor Knops.

Een spreuk, een gedicht en een titel in de Duitse taal begeleiden de mathematische vormen in de werken van Knops.

Een toevallige samenhang of een intrige? Voorlopig laten wij deze vraag voor wat zij is. Hoe het ook zij, de kunstenaar gaat in ieder geval grondig te werk en laat geen enkele mogelijkheid tot onderzoek van zijn leidmotief, de driehoek, onbenut.

De oplettende toeschouwer kan het denkproces volgen.

Was Knops in den beginne wat uitgebreider aan het experimenteren met ellipsen, pijlen, lijnen en driehoeken, na eliminatie verdiept hij zich uiteindelijk nog slechts in de driehoek.

In talloze variaties plaats hij deze elementaire vorm in een omgeving.

Alle perspectieven en oplossingen komen aan de orde, op speelse wijze wordt het strakke concept verlaten en wordt de driehoek een mythe.

Herhaalbaar tot in het oneindige en toch steeds weer uniek in zijn verschijningsvorm.

In de beperking herkent men de meester.

Ook in kleuren gaat Knops zich niet te buiten; de meeste doeken zijn opgezet in gedekte tinten, sporadisch vindt men er felle kleuren. Toch is het contrastrijk werk met krachtige streken en sterke vormen. Af en toe wordt die gedachtegang onderbroken. Zo ziet men een uitstapje in de steenrode massieven op blauwe achtergrond, drie in getal en fors van formaat.

Opvallend is de noeste ijver; de honderd werken die geëxposeerd worden betreffen slechts een gedeelte van de afgelopen twee jaar. Het zijn de feitelijke resultaten van een vierendertig jarig bestaan

Lian Stryards, Eindhoven 1984.


 

1982 Overzicht van een periode van extreem subjectivisme en individualisme.

Twee jaar geleden heb ik geschreven: “Het feitelijke schilderproces is voor mij het voornaamste middel tot expressie; om met het materiaal, het platte vlak en door de handeling een dialoog aan te gaan “En toe het er stond was ik blij dat het er uit was. Dat, wat ik schilder, begint me tijdens het proces duidelijk te worden. Het is een noteren van zaken, die tijdens de handeling karakter krijgen, hetgeen voor mij bepalend is voor de mentaliteit van het schilderij. Steeds weer lijkt het op een discussie tussen mij en het doek. Mijn reacties worden op het doek vastgelegd en daar zichtbaar waardoor ik steeds weer kan blijven reageren, totdat we het uiteindelijk eens worden. Mijn interesse gaat uit naar de autonome vorm, de abstracte vorm, zonder verwijzing naar een persoonlijke betekenis. Het bovenstaande ontstond meestal achteraf en mijn werk door mijn impulsieve ik. Is er wat veranderd?Mijn interesse blijft uitgaan naar de autonome vorm, de abstracte vorm, maar zij krijgt nu een extreem subjectieve betekenis. “Oervormen der natuur, die in de kunst en door de kunst gerealiseerd kunnen worden”, zoals Paul Cezanne schreef. Ik kom uit bij de primitieve cultuurvolkeren; zij zijn in wezen de aanleiding voor het werk waar ik momenteel mee bezig ben en wat me hierin boeit is niet direct aanduid baar. Niet specifiek de maskers, beelden, schilden of sieraden, maar de hele vreemde wereld van grotschilderingen. Het verhaal dat daarin verteld wordt. De gebondenheid met de natuur, de eenheid daarmee. Zoals in de slotwoorden van het versdrama: “Der Tor und der Tod”, van Hugo von Hofmannsthal, welke mij erg onder de indruk brachten.

  • - Ik ben iemand die projecteert.
  • - Ik, die het inhouden van de eigen psyché
  • - terugvind en herken in de natuur.
  • - Ik, die interpreteer.
  • - Ik, die zin geef aan alles wat me omringt.

 Cor Knops, Maastricht 1982.


 



 
 
 
 
 

Afdrukken   E-mail